Het woord is aan: Wim Crouwel

Door: Herman Hiemstra Categorie: Geschiedenis, Nieuws 2021
Wim Crouwel (midden) liep in 1962 stage bij de Chicago White Sox. Op de foto staat hij tussen Luis Aparicio (links) en Nellie Fox (rechts).
Wim Crouwel (midden) liep in 1962 stage bij de Chicago White Sox.
Op de foto staat hij tussen Luis Aparicio (links) en Nellie Fox (rechts).

Wim Crouwel (1942) speelde in dienst van het Nederlands team tussen 1961 en 1974 in totaal 84 interlands. In 1962 reisde hij de oceaan over voor een stage bij de Chicago White Sox. Hij bleef echter honkballen in Nederland en kwam zijn hele sportieve carrière uit voor OVVO uit Amsterdam. Daar speelde Crouwel samen met onder andere Han Urbanus. “Leren van de besten. Beter kan je het als jonge speler niet hebben”, blikt Crouwel terug.

Crouwel is de grondlegger van de dynastie van achtervangers die de familie Crouwel door de jaren heen heeft voortgebracht. De bekendste nazaat in deze sportieve professie is zoon Michael Crouwel. Ook Matis Crouwel, zoon van Michael en kleinzoon van Wim, timmert nadrukkelijk aan de weg. We hebben het hier dus over de derde generatie in de dynastie.

Volg je het honkbal nog actief?
“Ik volg in Nederland eigenlijk alleen de thuiswedstrijden van DSS/Kinheim (zoon Michael is daar coach, red.) in Haarlem nog actief. En ik sta als trotse opa graag langs de lijn als mijn kleinkinderen spelen. Niet alleen bij het honkbal. Mijn kleindochters hockeyen op regionaal niveau. Verder volg ik in de Major League op afstand de prestaties van ‘mijn’ Chicago White Sox.”

“Net als andere collega oud-internationals ga ik ook altijd graag in op uitnodigingen om bij toernooien te bezoeken, zoals de Honkbalweek Haarlem en het World Port Tournament.”

Wat is er volgens jou het meeste veranderd in het honkbal?
“Dat is vooral de betrokkenheid van het publiek. Toen ik zelf nog speelde, werd het stadion bij spannende momenten bij wijze van spreken afgebroken. Het publiek ging dan te keer. Tegenwoordig zie je dat niet meer. De toeschouwers zien het allemaal wel gebeuren. Van enige vorm van enthousiasme is weinig tot niets te merken. Dat vind ik heel jammer.”

“Ik vraag mij wel eens af of de media een rol kan spelen om dit te veranderen. Misschien dat de publieke belangstelling in aantallen dan ook bij de competitie weer toeneemt. Bij de grote toernooien is de publieke belangstelling in ieder geval wel uitstekend.”

Wie was als speler jouw grote idool?
“Dat was Del Crandell, de catcher van de Milwaukee Braves. We konden in die tijd de wedstrijden uit de Major League nog niet op televisie zien. Wij moesten het doen met de radio-uitzendingen op AFN, de radiozender voor Amerikaanse militairen in Duitsland.”

“Crandell was één van de catchers die ervoor zorgde dat hij vóór de wedstrijd al precies in beeld had hoe hij zijn tegenstanders in het slagperk tegemoet moest treden. Hij had dat vastgelegd in schriften die hij in het seizoen altijd bij zich had. Dat is een aanpak die Hans Augustinus (Sparta) en ik van hem hebben overgenomen. En waar wij vele jaren plezier van hebben gehad.”

Weet je nog wat jouw eerste interland was?
“Dat was in 1958. Het was een wedstrijd met het Nederlands B-team tegen België. De wedstrijd werd gespeeld in Brasschaat. Op het veld van Luchtbal. De uitslag weet ik niet meer. Maar ik weet nog wel goed dat wij geen kleedkamer mochten gebruiken. Wij moesten ons omkleden achter de bar.”

Van wie heb je het meeste geleerd in je loopbaan?
“Toen ik bij OVVO in het eerste team kwam, was Charles Urbanus sr. onze coach. Han Urbanus was één van mijn teamgenoten. Leren van de besten. Beter kan je het als jonge speler niet hebben.”

Wat is de mooiste wedstrijd die je ooit hebt gespeeld?
“Dat was de finale van het Europees kampioenschap van 1971. In en tegen Italië. Wij stonden in de tweede helft van de wedstrijd met 2-3 voor. Toen barstte een wolkbreuk los. Stortbuien waar geen einde aan leek te komen. Toen het na middernacht eindelijk droog leek te worden, eisten zowel de voorzitter van de Italiaanse bond als de Italiaanse coach dat we zou doorspelen. Zo zeker leken zij te zijn van hun overwinning. Een overwinning die overigens nooit kwam. Toen na 9 innings de laatste bal eindelijk was gegooid, hadden wij met 3-7 gewonnen!”

Hoe was jouw samenwerking met Han Urbanus? 

“Toen Han voor het eerst terugkwam van zijn stage bij de New York Giants honkbalden wij op de manier waarvan wij dachten dat het goed was. Ik zat achter de plaat ballen te vangen en dacht daar verder eigenlijk niet zo over na. Han vertelde ons voor het eerst over de strategische achtergrond van de sport. Zowel verdedigend als in de aanval. Er gebeurde nooit ‘zo maar’ iets in het honkbal.”

“Ook noemenswaardig; de rollen van een pitcher en catcher tijdens een wedstrijd. Het is gebruikelijk dat de catcher aan de pitcher vraagt een bepaalde pitch te gooien. Is de werper het daarmee eens, dan knikt hij. Zo niet, dan schudt hij ‘neen’. Zo gebeurt dat tot op de dag van vandaag nog steeds.”

Na het overlijden van honkballegende Han Urbanus (1927-2021) was Wim Crouwel samen met Charles Urbanus jr. te horen in Langs de Lijn.
Luister dat fragment terug

“Alleen vond Han dat wij die rollen, in ieder geval tijdelijk, maar moesten omdraaien. Gezien onze ervaring uit die tijd is dat best begrijpelijk. Ik kwam net kijken. Hij was een routinier. En in die tijd de beste speler van Nederland. Maar toch deden we het niet. Ik vond dat ik mijn rol ‘gewoon’ moest kunnen vervullen. En als ik het dan niet snel met hem eens was, zag je hem boos worden. Gelukkig was één korte time-out dan weer voldoende om alles snel uit te praten, haha. Han en ik hebben door de jaren heen samen veel wedstrijden gewonnen. Ik had hem hoog zitten, als vakman en als vriend.”

Competitiewedstrijd: ABC-OVVO. Wim Crouwel scoort hier het eerste van drie punten voor OVVO dat de wedstrijd met 1-3 won

Reageren op dit artikel? Stuur een bericht via het contactformulier.

Trefwoorden:

Verwante artikelen