Het woord is aan: Hans Augustinus

Door: Herman Hiemstra Categorie: Archief, Geschiedenis, Hoofdklasse
(V.L.N.R.) Vooraan: Hans Augustinus, Jaap de Koning, Henk Hendriks, John Heijt, Jan v.d. Tol , Hans Corpelijn. Harry v.d. Berg 
Midden: dhr Huut (masseur), Hudson John, Piet vd Wilk. Rudi Dom, Jose Faneyte, Ton Ignatius
Achteraan: Ed v.d. Berg, Toon Fabrie, Hamiliton Richardson , Simon Arrindel, Theo Witstok,, Piet Bouts . (foto: Facebook)

Naast OVVO en EHS (het latere Haarlem Nicols) was het vooral Sparta dat het Nederlandse clubhonkbal in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw op de kaart heeft gezet. De bijna on-Nederlands goede afstemming tussen de aanvallende en verdedigende kwaliteiten van het team zorgden daarvoor.

Zonder de aanvallende kwaliteiten van de andere spelers te niet te doen, zorgde het Antilliaanse ‘supertrio’ Hudson John, Simon Arrindell en Hamilton Richardson voor de meeste vuurkracht in de aanval. De dominante rol in de verdediging was er vooral voor Hans Augustinus (1944), de achtervanger.
Hij zorgde niet alleen voor het begeleiden van de pitchers – hij wist precies hoe hij de slagmensen van de tegenpartij moest aanpakken. Hij stuurde ook de overige veldspelers dikwijls naar een hoog niveau. Dat resulteerde o.a. in maar liefst negen landskampioenschappen.

Augustinus is één van de weinige spelers die het – vanwege zijn verdiensten voor de sport – in 1974 tot bondsridder heeft gebracht. In zijn actieve periode als speler wist hij ook enkele malen de MVP-award (de prijs voor de beste allround speler in de competitie of tijdens grote toernooien als de Haarlemse Honkbalweek of het Europees kampioenschap) te winnen.

Volg je het honkbal nog actief?
Absoluut! Ik woon het grootste deel van het jaar in Zuid-Spanje, niet direct in de buurt van honkbalaccomodaties. Maar zowel de Major League als de Nederlandse Hoofdklasse volg ik nog heel precies. Voor de Nederlandse wedstrijden is www.honkbalsite.com een belangrijke informatiebron.

Ben je nog vaak op de velden?
Als ik in Nederland ben, kom ik graag naar het Neptunus Familiestadion in Rotterdam. Om samen met oude vrienden uit mijn Sparta-tijd een wedstrijd te bekijken en lekker te eten en te drinken.

Wat is er in jouw ogen het meeste veranderd in het honkbal?
Ik zal je een aantal dingen noemen. De publieke belangstelling is tegenwoordig helaas kleiner. In onze topjaren moest bij de wedstrijden tegen de Haarlem Nicols het hek eerder worden gesloten. Er mochten van de brandweer 5.000 mensen naar binnen; als die er waren was het klaar. De pechvogels verkasten dan naar de dijk achter het hek bij het derde honk. Zolang er geen rangeertrein langskwam, stonden ze dan drie rijen dik op de dijk ons aan te moedigen.
Tegenwoordig kennen de vaste bezoekers van competitiewedstrijden elkaar bijna allemaal persoonlijk. Dat gebeurde in ‘onze’ tijd niet. Ook bij de wedstrijden tegen mindere tegenstanders kwamen er altijd wel zo’n twee tot drieduizend toeschouwers.

Op het veld zijn er ook wel zaken die mij opvallen. In de aanval is het echte spektakel er een beetje af. Dat vind ik jammer. Dat wil overigens helemaal niet zeggen dat er slecht wordt geslagen. Want dat is niet zo. Er wordt meer resultaatgericht gespeeld.

In verdedigend opzicht is de snelheid van het binnenveld ten opzichte van vroeger enorm vooruitgegaan. Ik kan mij een wereldkampioenschap herinneren – in 1970 – waarin we een gruwelijk pak slaag kregen van het organiserende land: Colombia. We gingen er af met 14-0. Niet omdat wij slecht speelden, maar gewoon omdat wij in verdedigend opzicht op een enorme manier snelheid tekort kwamen. Dat kwam met name naar voren op de lijn tussen het tweede en derde honk. Zo ontstonden daar honkslagen die – achteraf gezien –helemaal niet nodig waren. Daar hebben we met elkaar van geleerd.
En daarnaast gaat de pitching, altijd al een sterk punt in onze competitie, nog altijd vooruit. Plezierig om dat te zien.

Wie was jouw grote idool toen je klein was?
Dat is misschien vreemd om te zeggen, maar die had ik eigenlijk niet. Ik was heel veel met sport bezig, niet alleen honkbal, maar ik deed ook aan voetbal, turnen en boksen. Misschien ook wel leuk om te vertellen, is dat ik een aantal jaren batboy van het eerste team ben geweest. Sparta had toen nog geen eigen honkbalveld, maar speelde haar wedstrijden op ‘Het Kasteel’. Dan kon je fout geslagen ballen gaan zoeken in de Spartastraat. Dat is en blijft een bijzondere ervaring.

Weet je nog wanneer je eerste interland was?
Ja hoor, dat was tijdens de Haarlemse Honkbalweek van 1969. We werden daar met het Nederlands team derde achter de Sullivans en de California Stags. Na afloop van het toernooi kreeg ik de MVP-award voor Nederland uitgereikt.

Competitiewedstrijd OVVO-Sparta uit 1969. Hans op de achtergrond, links in beeld John van Westrenen (Sparta), in de stofwolk Loek van Breda (OVVO).

Heb je een bijzonder sportmoment uit je lange carrière dat je met ons wilt delen?
Dat heb ik. In het honkbal kwam het vroeger maar zelden voor dat een honkloper vanuit het outfield op de thuisplaat kon worden uitgetikt. Daar heb je als outfielder een enorme werparm voor nodig en een goed gevoel voor richting. Spelers die dat konden, had je in mijn tijd bijna niet. Nu hadden wij Hamilton Richardson in het team als midvelder. Hij is meerdere malen uitgeroepen tot ’s werelds beste outfielder en voldeed aan alle kwalificaties.
Het is in de klassieke ontmoetingen met Haarlem Nicols meerdere keren gebeurd, dat er op die manier een honkloper – die vertrok vanaf het tweede honk – op de thuisplaat werd uitgegeven. En dan was het geen ‘kantjeboord’ – ik had meters over. Stormachtig gejuich vanaf de tribunes als de hoofdscheidsrechter zijn beslissing kenbaar maakte.

Wat is de mooiste wedstrijd die je ooit hebt gespeeld?
Dat is moeilijk zo 1-2-3 aan te geven. Ik heb natuurlijk heel veel wedstrijden gespeeld, zowel in de competitie, als in de Haarlemse Honkbalweek en de nodige Europese en Wereldkampioenschappen. Veel wedstrijden hadden – elk op hun eigen manier – iets moois. Als ik dan toch moet kiezen: Het EK van 1973 met de enorme prestaties aan slag van Hamilton Richardson en de pitching van Win Remmerswaal in de eerste finalewedstrijd tegen Italië. (Nederland won het toernooi). Dat was voor mij wel een heel mooie wedstrijd.

Reageren op dit artikel? Stuur een bericht via het contactformulier.

Trefwoorden:

Verwante artikelen