Drie vragen aan Gianison Boekhoudt

Door: Herman Hiemstra Categorie: ACTUEEL, Hoofdklasse, Nieuws 2020
Felicitaties voor Gianison Boekhoudt na zijn solohomerun.
Gianison Boekhoudt na (alweer) een homerun
Foto: © Rob Jelsma

Noem de naam Gianison Boekhoudt aan een gemiddelde volger van het Nederlandse honkbal, en hij zal vertellen van diens enorme prestaties als homerunhitter en hoe moeilijk het is om hem – als hij tegenover je staat in het slagperk – zonder schade voor je team aan de kant te zetten.

Toch zijn er nog een aantal onderwerpen in zijn honkbalverhaal die ik nog nader onder de aandacht wil brengen. We spreken elkaar daarom in een nog vrijwel verlaten Neptunus Familiestadion, voorafgaande aan de wedstrijd van Curaçao Neptunus tegen Quick Amersfoort in de Hoofdklasse.

Hoe ben je in 2013 bij Neptunus terecht gekomen?

‘Vanaf 2009 speelde ik in de Verenigde Staten, zowel bij de Minor League organisatie van de Washington Nationals als in die van de Los Angeles Dodgers. Daar tussendoor heb ik ook voor twee onafhankelijke teams gespeeld.
Aan die contacten met Neptunus is overigens niets spannends. Zij wisten dat ik op enig moment graag weer in Nederland wilde spelen, en dan kan het op een gegeven moment snel gaan’.

‘Het seizoen 2013 was net begonnen toen we telefonisch overeenkwamen dat ik tot het einde van het seizoen voor ze zou gaan spelen. Ik ben daarna gewoon gebleven’.

Veel door 4-wijd op de honken

Doordat in het honkbal alles op scorekaarten wordt vastgelegd, valt het op dat jij in de Nederlandse competitie wel heel veel 4-wijd krijgt. In het seizoen 2019 was dat 32 maal, op een totaal van 129 at bats. Dat is op de kop af 25 procent. Zijn de Nederlandse werpers bang van je?

‘Ja en nee’, begint hij zijn antwoord lachend. ‘Maar je moet dat cijfer wel in de juiste context zien. Ik heb natuurlijk een bepaalde reputatie in het slagperk en werpers willen – terecht – geen risico’s lopen. Zeker niet met één of meer lopers op de honken’.

‘Maar aan de andere kant heb ik door de jaren heen een vlijmscherpe kijk op de bal ontwikkeld, al zeg ik het zelf. Gaat-ie (de bal) een paar millimeter buiten de zone, dan zie ik het en laat ik hem gaan. Is er sprake van de omgekeerde wereld, dan grijp ik hem. Vaak is die keuze voor mij niet zo heel ingewikkeld. De meeste werpers weten dat’.

‘Het aspect 4-wijd bij mijn slagbeurten is overigens niet specifiek voor de Nederlandse situatie. Toen ik in 2012 voor de McAllen Thunder speelde in de North American League, was ik aan het einde van het seizoen tweede op de ranglijst ‘meeste keren met 4 wijd op de honken’: 55 maal in 70 wedstrijden’.

Nu nog iets nieuws: je bent gaan pitchen?

Dit seizoen – dat al  met vertraging was begonnen – kende nóg een verrassende ontwikkeling. Gianison Boekhoudt, powerhitter pur sang, op de werpheuvel? Dat was wel even wennen.

Ik heb begrepen dat je het bent gaan doen om je werparm in vorm te houden (heel belangrijk voor een catcher), maar het ging tijdens de oefenwedstrijden zo goed, dat coach Jaarsma je ook voor deze activiteit denkt te gaan inzetten. Het gaat daarbij vooral om het maken van nullen, op momenten het echt nodig is.
Daarmee sluit je aan in een illuster clubje echte allrounders, waarvan Rikkert Faneyte en Hamilton Richardson de bekendste vertegenwoordigers zijn.

Reageren op dit artikel? Stuur een bericht via het contactformulier.

Trefwoorden:

Verwante artikelen