De wedstrijd van toen: De Homerunregen

Door: Herman Hiemstra Categorie: ACTUEEL, Archief, Geschiedenis, Internationaal
Stefano Giannetti aan slag voor Nettuno.
Stefano Giannetti aan slag voor Nettuno, dat in 1997 onderdeel was van een van de meest bizarre wedstrijden uit de Europa Cup geschiedenis.
Foto: © Duck Foto Press

Nooit zijn er in één officiële wedstrijd in Europa zoveel homeruns geslagen (14)  als in de finale van de Europa Cup I van 1997. Die ging tussen het Italiaanse Danesi Nettuno en het Rotterdamse Tropicana Neptunus.

De eindronde van het toernooi werd afgewerkt in het Gemeentepark van Brasschaat (België) op een veld dat in de verste verte niet voldeed aan de internationale normen.  Het veld was rechthoekig van vorm; het linksveld was 85 meter, het midveld 112 meter en het rechtsveld 76 meter. Tegen de eigen regels in, hield de Europese Honkbalbond echter toch voet bij stuk.

Teammanager Jan van der Sande van Tropicana Neptunus maakte de eindronde van dichtbij mee en vatte de gevoelens over de kwaliteit van het veld treffend samen: ““Direct na de Technical Meeting vóór het toernooi vroegen enkele mensen van Nettuno: ‘Gaan we dadelijk nog even op het veld kijken, en is dat in de buurt? Ik wees naar buiten en zei dat is het veld. Ze dachten dat ik een geintje maakte.”

Op een veld dat volgens Elton Koeiman, één van de Rotterdamse werpers, “nauwelijks goed genoeg was voor een gemiddelde Nederlandse Little League wedstrijd” stonden twee van de sterkste clubteams van Europa van dat jaar tegenover elkaar.

De beste man uit de rotatie van Neptunus kon na 9 man vertrekken

Hoewel Neptunus nooit echt over de kwaliteit van haar pitchers heeft te klagen, had men de rotatie bij deze finale helemaal op orde.  Met werpers als Erik Remmerswaal, Elton Koeiman, Harry Koster, Rob Cordemans en Angelo Stolk was men – zoals dat heet –  helemaal klaar voor de Italiaanse tegenstander.
Besloten werd om met Rob Cordemans – toen ook al de beste werper uit de Nederlandse competitie – te beginnen.

Maar wat niemand aan Rotterdamse kant verwachtte: na welgeteld 9 tegenstanders in het slagperk kon hij vertrekken. Zijn cijfers waren 1-2-6. Zeven van zijn tegenstanders wisten te scoren. Het was de homerun van Valerio Mastrantonio, de negende man uit de slagvolgorde, die hem de das om deed. Omdat het slaggeweld van de Italiaanse topploeg niet viel in te dammen, was er ook voor de pitchers die hierna voor Neptunus de heuvel beklommen weinig eer te behalen. Dat waren – na Rob Cordemans – achtereenvolgens: Elton Koeiman, Erik Remmerswaal, Angelo Stolk en Harry Koster.

Voor de Neptunus-aanval zat het venijn in de staart

Na 8 volledige innings leidde Nettuno met 23-14. In de laatste slagbeurt produceerde Neptunus maar liefst 7 honkslagen op rij en scoorde 5 maal. Het was dus toch nog niet voorbij.
Met alle honken bezet en de stand 23-19 kwam Johnny Balentina aan slag. Op 2 wijd en 2 slag raakte hij de volgende pitch vól. De bal ging richting midveld en de hoge backstop die de afscheiding vormde met het softbalveld. De drie honklopers waren al op weg naar de thuisplaat, maar Balentina werd uitgevangen. Daarmee was de wedstrijd voorbij.

Als de bal enkele meters naar links of naar rechts was geslagen, was het (opnieuw) een homerun geweest en zou de stand 23-23 zijn geworden. Nu was Nettuno kampioen en stond Neptunus met lege handen.

Twee van de werpers uit de rotatie van Neptunus – Rob Cordemans (31-10-1974) en Elton Koeiman (8-5-1973) draaien nu,  23 jaar later, nog altijd mee in de top van de Nederlandse Hoofdklasse.

Reageren op dit artikel? Stuur een bericht via het contactformulier.

Trefwoorden:

Verwante artikelen