Han Urbanus leerde Nederlandse werpers ‘echt’ gooien

Door: Herman Hiemstra Categorie: ACTUEEL, Geschiedenis

Toen het honkbal na de Tweede Wereldoorlog aan zijn opmars in Nederland begon, was er één werper die met kop en schouders boven zijn collega’s uitstak. Dat was Han Urbanus (1927) van het Amsterdamse OVVO. Han is vooraanstaand lid van een heuse Nederlandse honkbaldynastie. Hij is de vader van Charles Urbanus jr, grootvader van Nick Urbanus en broer van Charles Urbanus sr. Stuk voor stuk grote namen in het Nederlandse honkbal. Maar Han heeft niet alleen met zijn goede prestaties de geschiedenisboeken gehaald.

Han Urbanus

Hij was de eerste Europeaan die voor een trainingsstage de oversteek mocht maken naar het walhalla van het honkbal: de Verenigde Staten. Bij de New York Giants kreeg hij de kans om zich verder te ontwikkelen. Hij deed dat in 1952 en 1953. Na zijn eerste stage kwam hij tot de conclusie dat de Nederlandse werpers hun sport op een verkeerde manier beoefenden. Gewapend met een instructiefilm en een boek vol aantekeningen kwam hij terug naar Nederland om zijn kennis te delen. In de tussentijd ontwikkelde hij zichzelf als speler ook steeds beter. Daarbij kwam hij – zeker voor die tijd –  tot de nodige topprestaties.

  • Han debuteerde in 1942 (15 jaar jong) in de Hoofdklasse.
  • Toen hij voor het eerst naar de Verenigde Staten kwam, bestond zijn arsenaal aan worpen uit welgeteld twee variaties – de fastball en een curve die hij zichzelf had aangeleerd. Sal Maglie, zijn trainingsmaat in de Verenigde Staten, hielp hem aan meer variatie in zijn worpen. Hij ontwikkelde als eerste Nederlandse werper de “change up” (nu gemeen goed voor tal van pitchers uit de tegenwoordige generatie en geperfectioneerd door Rob Cordemans).
  • In de Hoofdklassecompetitie van 1952 profiteerde OVVO danig van de bijgeleerde kwaliteiten van hun toppitcher. Hij gooide in dat jaar een eerste no-hitter. Ook kreeg hij in twee wedstrijden slechts één honkslag tegen. Per start kwam hij tot gemiddeld 12 maal drieslag. Dat OVVO in dat jaar kampioen werd, verbaasde niemand.

Toen Han in 1953 terugkeerde in de Verenigde Staten voor een tweede stage bij de New York Giants, kreeg hij een profcontract voorgelegd. Een aanbod dat hij om persoonlijke redenen niet kon en wilde accepteren.

In Nederland bouwde hij voort aan een imposante carrière. In de seizoenen 1953-1955 was Han de beste werper van de Nederlandse competitie; hij won de titel opnieuw in de seizoenen 1957 en 1958. Het was daarna Herman Beidschat die de plaats van beste pitcher van Nederland overnam.

5 no-hitters in de Nederlandse competitie

Het gooien van een no-hitter is een regelrechte topprestatie voor iedere werper. Is één no-hitter in je actieve loopbaan al knap, Han gooide er maar liefst vijf. In de seizoenen 1953, 1954, 1955, 1956 en 1961. Daarnaast was hij een tijdlang recordhouder van de Nederlandse competitie met het aantal shutouts (7) in één seizoen. Ook zijn persoonlijke record van aantal malen drieslag in één seizoen (213) mag er meer dan zijn.

Hij was een tijd lang de enige Nederlandse honkballer die in 4 decennia (40 jaar) actief was. Urbanus beëindigde zijn actieve loopbaan in 1970. 24 van die seizoenen was hij aaneengesloten als pitcher actief. Steeds voor OVVO.

Reageren op dit artikel? Stuur een bericht via het contactformulier.

Trefwoorden:

Verwante artikelen