Homerun trends: Amerika up, Nederland down

Door: Herman Hiemstra Categorie: ACTUEEL, Hoofdklasse, Nieuws 2019
Gianison Boekhoudt sloeg zijn negende homerun van het seizoen.
Gianison Boekhoudt is een van Nederlands beste homerun hitters.
Foto: © Robert Bos

De enorme populariteit van honkbal als kijkspel is in belangrijke mate afkomstig van het slaan van homeruns. Dat zorgt voor spektakel. De eerste man die daar serieus mee bezig was, was Babe Ruth. In sommige documentaires over zijn leven wordt hij wel de ‘uitvinder van de homerun’ genoemd. 

In de Verenigde Staten heeft het aantal geslagen homeruns in de Major League de laatste jaren een enorme vlucht genomen.
Dit jaar werd het “onaantastbare” record uit 2017 ruimschoots verbeterd. Hoe kwam dat zo plotseling?

De MLB is sinds kort eigenaar van Rawlings, de maker van de officiële wedstrijdballen. Ook zat men met het probleem van de teruglopende bezoekersaantallen. 1+1 = 2, dus de spelers gingen nadenken. Toppitcher Justin Verlander (Houston Astros) vertolkte de twijfels van veel van zijn collega’s: Zou er met de samenstelling van de ballen zijn geknoeid?

Minder luchtweerstand zorgt ervoor dat een geslagen bal een grotere afstand kan overbruggen. Het slaan van homeruns wordt dan gemakkelijker.  Kan het zijn dat de stiknaden op de bal opnieuw zijn veranderd. Als je die platter maakt, gaat de luchtweerstand nog eens extra naar beneden. Terloops werd daar tijdens een persconferentie subtiel bij opgemerkt dat de MLB het kunstje wel vaker stiekem toepaste [enkele jaren geleden was het stiksel van de ballen al eens in stilte veranderd].

Uiteraard ontkent de MLB iedere directe betrokkenheid. Sterker nog: men heeft een aantal wetenschappers gevraagd onderzoek te doen. De centrale vraag is: “Waarom slaan onze topspelers dit jaar zo gemakkelijk homeruns?” Volgens MLB Commissioner Rob Manfred schijnt er een oorzaak te zijn gevonden. Maar verder hulde hij zich nog in stilzwijgen. De officiële uitkomsten van het onderzoek zouden aanvankelijk direct na de World Series worden gepubliceerd, maar daar is vertraging bij ontstaan.

In Nederland lijkt het de omgekeerde wereld

Hoe anders is de situatie in Nederland. Daar lijkt sprake van de omgekeerde wereld. Haalden de beste slagmensen in de jaren voor de eeuwwisseling nog regelmatig de dubbele cijfers met het aantal geslagen homeruns in één seizoen. In het topjaar 1999 haalden drie hitters ieder voor zich de uitstekende score van 16.  Tegenwoordig blijven we ver van de dubbele cijfers verwijderd. In 2019 had Bryan Engelhardt van Quick Amersfoort genoeg aan 6 homeruns om de titel homerunkoning te verdienen. Hij eindigde in de rangschikking gelijk met Gianison Boekhoudt van Curaçao Neptunus. Boekhoudt had echter drie slagbeurten meer nodig, daarom kwam die uiteindelijk op de tweede plaats.

Ter vergelijk: de homerunkoning van de Major League – Pete Alonso van de New York Mets – haalde een score van 53 homeruns in het reguliere seizoen.

En ja, er worden in de Verenigde Staten natuurlijk veel meer wedstrijden gespeeld. Ook ligt de kwaliteit van de spelers er op een ander (veel hoger) niveau. Maar, in de Nederlandse competitie hebben wij prima spelers rondlopen die stuk-voor-stuk uitstekend in staat zijn om die bal over de hekken te slaan. Toch gebeurt het [verhoudingsgewijs] niet vaak. Hoe komt dat?

Om daar een antwoord op te vinden, heb ik contact gehad met enkele grote namen uit de dagelijkse Nederlandse honkbalpraktijk: Ronald Jaarsma, Dwayne Kemp, Diegomar Markwell en Misja Harcksen. Allemaal van het Rotterdamse topteam Curaçao Neptunus.

Ronald Jaarsma: “Om tot een verklaring voor het ogenschijnlijk beperkte aantal homeruns in de Nederlandse competitie te komen, is het belangrijk om eerst stil te staan bij de verschillen in de manier waarop honkbal wordt gespeeld in landen als Amerika en Australië ten opzichte van de situatie in Nederland.”

  • Amerikaanse werpers gooien over het algemeen véél harder dan hun Nederlandse collega’s. In Nederland zijn we beter in off speed pitching.
  • Zowel in Amerika als in Australië wordt met veel hardere ballen gespeeld, ook is er sprake van een belangrijk verschil in de kwaliteit van de houten knuppels. Daarover later meer.
  • Amerikaanse hitters hebben veel meer power. Verder hebben zij bijna allemaal hun launch angle (de richting van de knuppel door de slagzone – HH) aangepast.
  • In de Major League staan de hitters voor de lange bal. Het is daar óf een homerun óf uitgaan op 3-slag. Je ziet er veel minder bunt, run en steal dan bij ons.

In Nederland hebben we enkele jaren geleden dan nog het vervangen van aluminium knuppels door houten exemplaren gehad. Ook dat heeft – weliswaar in beperkte mate – een negatieve invloed gehad op de cijfers.

Niet alleen de ballen verschillen qua samenstelling, ook de knuppels

De officiële wedstrijdballen van de Major League worden ook in de Australische competitie gebruikt. Die zijn veel harder dat de wedstrijdballen die wij in de Nederlandse Hoofdklasse gebruiken. Maar ook in de kwaliteit van de (houten) knuppels blijkt verschil te zitten. In de Nederlandse competitie wordt gespeeld met basismodellen van de verschillende bekende merken, waarbij soepel bedieningsgemak een belangrijke rol speelt. “Als je daar een bal mee over de hekken wilt slaan, dan kan dat maar op één manier”, aldus Dwayne Kemp. “Je moet de bal echt vol raken, dan heb je een kans. Anders lukt het niet.”

In de Amerikaanse en Australische competitie wordt met knuppels van zwaardere houtsoorten gespeeld. Kwalitatief beter en ijzersterk. Dat heeft zo zijn voordelen. Het maakt bijvoorbeeld voor een longballhitter het slaan van homeruns aanmerkelijk minder moeilijk.  Volgens Dwayne, die ook in de Australische competitie heeft gespeeld, kan bij gebruik van beter materiaal – betere knuppels en zwaardere wedstrijdballen – het aantal homeruns in de Nederlandse competitie gemakkelijk met minimaal de factor drie omhoog.

Verhoudingsgewijs veel 4-wijd voor onze sluggers

Nog een laatste opvallende constatering bij het beoordelen van de cijfers van onze beste longballhitters. In 2019 waren dat, zoals gezegd, Bryan Engelhardt en Gianison Boekhoudt.  Voor beide heren geldt dat zij in dit seizoen toch wel regelmatig op 4-wijd werden getrakteerd. Kijk maar even mee.

Naam At Bats 4-wijd
Bryan Engelhardt 126 21 (17%)
Gianison Boekhoudt 129 32 (25%)

Sluggers worden – volgens Misja Harcksen – door hem niet anders benaderd dan andere hitters. “Als werper ga je altijd uit van je eigen kracht. Zie je dat een slugger gretig is, en staat er geen honkloper op het eerste honk of in scoringspositie, dan gooi ik een beetje om de slagzone heen. Ik zoek de randjes. Dat kan wel eens tot 4-wijd leiden, maar ik laat het er zeker niet op aankomen. Het enige moment dat ik echt geen enkel risico neem, is als ik zo’n powerhitter tijdens de Holland Series tegenover mij krijg.”

“Als werper wil je geen risico lopen,” zegt Diegomar Markwell. “Zeker niet met lopers op de honken.” Hij kent situaties met Gianison Boekhoudt (zijn ploeggenoot) in het slagperk bij 2-slag kaal die vervolgens toch nog met 4-wijd het eerste honk bereikt. Die derde slag waarmee de nul gemaakt wordt wil dan om mysterieuze redenen toch niet komen.

Nog even terug naar de titel van het artikel: het 1-op-1 vergelijken van de homerunprestaties van spelers in de Major League met onze toppers in de Hoofdklasse is niet reëel. Met het beschikbaar stellen van beter materiaal zijn er hier nog forse verbeteringen mogelijk.

Reageren op dit artikel? Stuur een bericht via het contactformulier.

Trefwoorden:

Verwante artikelen