De missie van ’t Hoen: “Een Olympische medaille winnen”

Door: Seb Visser Categorie: ACTUEEL, Nieuws 2018, Tokyo 2020
Evert-Jan ’t Hoen heeft een duidelijk doel als nieuwe bondscoach van Team Kingdom of the Netherlands: een Olympische medaille
(Foto: Rob Jelsma)

Sinds 2013 is Evert-Jan ’t Hoen actief bij Team Kingdom of the Netherlands, maar vanaf dit jaar voor het eerst als bondscoach. Zelf kwam ’t Hoen 120 keer uit voor de nationale selectie op onder meer drie Olympische Spelen.

Tekst: Britt van den Elshout

“Ik heb altijd wel de ambitie gehad om bondscoach te worden, maar ik heb mezelf nooit het doel gesteld dat het binnen een bepaald aantal jaren zou moeten”, begint ’t Hoen. “Je moet toch altijd wachten tot die plek vrijkomt en dat jij dan uitgekozen wordt. Toen ik hoorde dat Steve Janssen wegging, ben ik er wel meteen voor gegaan.”

Wat zijn grootste doelstelling is, is eigenlijk een inkoppertje. “Naar de Olympische Spelen in 2020 gaan en daar een medaille winnen”, antwoordt ’t Hoen meteen. “Het duurt nog even, maar het proces begint wel nu al. Op korte termijn willen we de Haarlemse honkbalweek winnen en ons natuurlijk eerst kwalificeren voor de Olympische Spelen.”

Wisselende teamsamenstelling

’t Hoen kan nog niet zeggen hoe de samenstelling van het Nederlands team er tijdens de Haarlemse Honkbalweek uit gaat zien. “We zijn op dit moment aan het kijken welke goede spelers beschikbaar zijn.” Die wisselende selectie is soms wel lastig geeft ’t Hoen toe. “Elk toernooi moet je afwachten met welke spelers je er staat. Vervolgens is het elke keer zaak om die wisselende spelers zo snel mogelijk tot een goed team te smeden.”

“Gelukkig is het een kleine sport in Nederland”, gaat ’t Hoen verder. “Op Curaçao en Aruba is het bijvoorbeeld wel wat groter, maar toch kennen alle honkballers die voor Nederland uit mogen komen elkaar wel. Ze spelen met veel plezier samen.”

Tijdens zijn eigen honkbalcarrière bij het Nederlands team heeft ’t Hoen leren omgaan met dit proces. “Toen ik profspeler werd, mocht je niet meer uitkomen voor het Nederlands team. In 1999 veranderde dat waardoor er langzaamaan steeds meer profspelers bij het team kwamen. Dat was aan het beginnen wel wennen voor iedereen. Er kwamen betere spelers bij en anderen vielen af. Ik heb daardoor wel ervaring gekregen met de omgang van de komst van nieuwe spelers.” Ook het kwalificatieproces voor de Olympische Spelen en het daadwerkelijk spelen op het toernooi waren goede leermomenten die ’t Hoen meeneemt in zijn carrière als bondscoach.

Globale aanpak

’t Hoen bereidt zich onder andere voor door te praten met verschillende coaches over de aanpak die zij hanteren, om vervolgens in de praktijk te kijken of zo’n nieuwe aanpak werkt. “Je blijft altijd zoeken naar hoe je spelers beter maakt. Het verschilt wel altijd enorm qua speler of een bepaalde aanpak werkt of niet. Ik kijk en praat deels met coaches uit het buitenland, maar in Nederland is ook al heel veel kennis beschikbaar.”

De nieuwe bondscoach slaat in ieder geval geen compleet nieuwe weg in. “Ik denk dat Steve Janssen het ontzettend goed heeft gedaan. Team Kingdom of the Netherlands heeft twee EK’s gewonnen, allebei onder de leiding van Steve. Ik hoop alleen maar dat ik dat kan evenaren.”

Honkballend Nederland

Oranje doet het internationaal gezien erg goed en ’t Hoen heeft ook veel vertrouwen in goede prestaties op de aankomende toernooien. Als je kijkt naar honkbal in de breedtesport, gaat het echter wat minder goed. “Het ledenaantal daalt, dat is wel een grote zorg voor alle verenigingen. Het verdwijnen van het traditionele verenigingsleven is denk ik wel een belangrijke oorzaak hiervan. Daar moeten we met z’n allen iets aan doen, want hoe meer jeugd er honkbalt, hoe meer talenten er naar voren komen die uiteindelijk in het Koninkrijksteam kunnen eindigen.”

Daarnaast is er in de hoofdklasse ook nog verbetering mogelijk. “Ik ben in ieder geval al blij dat er weer acht teams zijn in plaats van zeven. Het niveau was vroeger inderdaad wat hoger, maar op dit moment zie ik weer veel jeugdige spelers tussen de 17 en 19 jaar die nu al echt succesvol zijn. Daar gaan er denk ik wel meer van komen. Deze spelers moeten zich nu doorontwikkelen zodat het niveau hopelijk weer gaat stijgen. Het is echter vrij normaal dat het niveau zich in golfbewegingen ontwikkelt.”

“Daarnaast moeten coaches zich ook blijven ontwikkelen om vooruitgang te boeken. Vorige week was er een pitching coach uit Amerika, waar alle pitching coaches uit de hoofdklasse en de overgangsklasse voor zijn uitgenodigd. Dat is een mooi initiatief om coaches meer ervaring mee te geven.”

Of de nieuwe bondscoach nog wat heeft toe te voegen aan het eind? “Dat ik in ieder geval heel trots en vereerd ben dat ik deze kans krijg”, stelt hij. “Ik zal dan ook mijn hart en ziel inzetten voor het team aankomende jaren.”

Reageren op dit artikel? Stuur een bericht via het contactformulier.

Trefwoorden:

Verwante artikelen