Commentaar Ruud van Zetten
Moet het honkbal zich afscheiden van softbal? Als het aan Don Porter, de voorzitter van de wereldsoftbalbond ISF ligt dan wel. Eerder kwam voormalig KNBSB-voorzitter Theo Reitsma al aan het woord op de Nederlandse honkbalsite. Nu is het ook de beurt aan de huidige voorzitter van de KNBSB, Ruud van Zetten. Volgens Reitsma is een scheiding zeker een mogelijkheid. Als het aan de huidige voorzitter ligt, dan komt een dergelijke scheiding er niet. Van Zetten: "Sterker nog, in Europa zou men zelfs de krachten moeten bundelen." Lees het volledige commentaar van Van Zetten.
 | | Auteur: Ruud van Zetten | Geplaatst op: 11-11-2008, 20.30 |  |
"Als je veel spelers op de been hebt voor softbal en honkbal, zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten en Japan, dan is het bijna logisch dat er gescheiden bonden zijn. Maar dan praat je al snel over honderdduizenden spelers en speelsters. Daar is zelfs sprake van een profcompetities in beide sporten. De uitgangspositie van dergelijke landen en de sport is daardoor absoluut onvergelijkbaar met die in Europa.
Een simpele rekensom leert dat in Europa via bonden pakweg 45.000 softbalsters zijn en een dubbel aantal honkballers. Die zijn dan nog eens verdeeld over 35 landen. Met de hoogste concentraties in Duitsland, Nederland en Italië. Aparte softbal- en honkbalbonden kom je in Europa vrijwel niet tegen. Terecht, want op basis van ledentallen zou het je reinste overkill zijn. Wat te zeggen van dubbele besturen, dubbele aanvragen om subsidies, dubbele jaarvergaderingen, dubbele bondsbureaus. En dat voor gemiddeld 1500 leden per land in Europa als het om softbal gaat en 3000 bij honkbal.
Het is vermakelijk om te zien hoe (de voorzitter van) de Internationale Softbal Federatie hardnekkig tracht gescheiden bonden te krijgen. Al jaren vecht de ISF daarvoor, maar eenzelfde aantal jaren melden de aangesloten bonden dat "een scheiding in hun land de dood in pot wordt". Samenwerking van beide sporten betekent in de meeste landen meer geld van overheden, meer status, betere clubs. In Europa zijn wij niet anders gewend. Niet veranderen dus.
Wat ook opvalt is dat na het besluit in 2005 om softbal uit te sluiten van de Olympische Spelen de ISF ineens wakker is geworden. Voor die tijd heeft men gewoon zitten slapen en lijdzaam toegezien dat niemand in de IOC-wereld de softbalsport goed kende. Wat heeft men eigenlijk aan communicatie gedaan om de sport goed neer te zetten? Wat doet men in samenwerking met nationale federaties om één verhaal naar buiten te brengen? Wat doet men aan PR, aan offensief?
De tijd dat ik nu voorzitter ben, heb ik de voorzitter van de ISF Don Porter regelmatig gevraagd daarin het voortouw te nemen. Tot nu toe is van samenwerking met nationale federaties geen sprake. We krijgen alleen mailtjes over gesprekken met belangrijke personen.
Laten we het ook eens op micro-niveau bekijken. Stel je voor dat kleine clubs in Nederland (met honk- en softballeden) te maken krijgen met twee entiteiten. En zelf ook moeten gaan scheiden om de 'identiteit per sport zuiver te houden', omdat de ISF in Amerika een droom heeft? Ik krijg nu al de rillingen over mijn rug bij zoveel onbenul.
Naar mijn mening draait het nog steeds om de claims die je per sport kunt neerzetten. Daarmee bedoel ik de unieke kanten van de sport en de beleving ervan voor spelers en kijkers. Dat je die claims goed communiceert en op allerlei manieren overbrengt door middel van de beste ambassadeurs van jouw sport. Plus toptoernooien. De Olympische spelen als voortrekker.
Natuurlijk zijn de Olympische Spelen het hoogst haalbare voor softbalsters, is het een mondiale sport en is het vrij van doping. Maar dat geldt voor honkballers ook. Korea is niet voor niets Olympisch honkbalkampioen.
Ik weet van Schiller (de voorzitter van de IBAF) dat hij tenminste één keer getracht heeft gezamenlijk op te trekken met de ISF. Ik weet ook dat in de IBAF-omgeving steeds meer en steeds vaker aansluiting wordt gezocht bij proforganisaties in het verre oosten. Ik weet dat ik als Nederlandse voorzitter van zowel honkbal als softbal zowel in Japan als in Korea voorstellen heb neergelegd voor verregaande samenwerking. Ik weet dat er steeds meer Nederlandse aandacht wordt gevraagd om onze sporten mondiaal te houden. Dus organiseren we toernooien die er toe doen. Komt er een nieuw wereldtoernooi voor softbal in Europa, en wordt hard gewerkt aan een Euro League voor honkbal.
In dat kader zie ik de uitspraken van vertegenwoordigers van de KNBSB in NL Coach. Geheel conform de richtlijnen van de KNBSB, die twee stromingen volgt. Te weten alles doen wat maar mogelijk is om softbal en honkbal in de Spelen te houden, maar tegelijkertijd realist zijn. Immers, mocht het Olympisch avontuur niet meer doorgaan, dan moeten er nieuwe interessante softbal en honkbalwegen gevonden worden. Dat is grootstedelijk denken, omdat je weet wat er speelt. Het is natuurlijk jammer als de Olympische Spelen voor onze sporten niet meer bestaan, maar door nieuw elan ontstaan er nieuwe producten. Die hopelijk straks tot de verbeelding gaan spreken en tienduizenden belangstellenden krijgen. Dat moet ook gewoon blijven doorgaan als het IOC in 2009 wel kiest voor softbal en / of honkbal.
Tja, dat is het beeld dat ik heb van de toekomst. Zonder politieke koppelingen waar de oud-voorzitter helaas nog steeds onder gebukt gaat. Ten strijde!"
Ruud van Zetten werkt sinds het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw in de communicatiebranche en heeft zijn eigen marketingcommunicatie bureau te Amersfoort. Als sportliefhebber beweegt hij zich al jaren onder sportbestuurders. In eerste instantie als clubbestuurder bij een vereniging in het midden van land, later als voorzitter van District Oost van de KNBSB. Vanaf 1996 – op kleine onderbrekingen na – is Van Zetten bestuurslid van de KNBSB, de laatste twee jaar als voorzitter. In zijn bestuursperiode tot 2004 werd besloten het WK honkbal in Nederland te organiseren.
Meer nieuws
|