Alsof je uit de hemel komt neerdalen
Toen ik werd gevraagd een aantal columns te schrijven voor de Nederlandse honkbalsite tijdens het WPT dacht ik eerst: Ik? Een column schrijven? Geef mij maar een knuppel en een bal, daar weet ik meer raad mee! Maar al snel versprong mijn gedachte naar: Hey, best wel leuk eigenlijk. Waarom zou ik dit niet doen! Dus hier is mijn eerste column.
Iedereen vraagt aan mij: Waarom ben je gestopt met het spelen voor het Nederlands team? Om eerlijk te zijn, had ik deze gedachten al weleens gehad de afgelopen paar jaar. Wanneer je elf jaar lang, elf maanden per jaar, zes dagen in de week volle bak aan het honkballen bent en daar bovenop nog eens drie keer per week krachttraining in de sportschool hebt, dan heb je weleens momenten dat je daar minder zin in hebt.
Uiteraard doe je het voor de wedstrijden en de internationale toernooien in binnen- en buitenland. Deze wedstrijden en toernooien zijn fantastisch en een grote eer om aan mee te mogen doen. Maar om goed voor de dag te komen tijdens deze evenementen moet je natuurlijk wel veel trainen en als je daar dan met tegenzin naar toe gaat, dan denk ik dat het tijd is om te stoppen.
Ook de sociale contacten buiten de honkbaljongens om zijn schaars, of worden schaars. Simpelweg omdat je overdag wel tijd hebt voor je vrienden en vriendin, maar dan moeten zij werken. En in de avond (elke avond) moet je trainen of spelen tot 22.00 –23.00 uur en gaan zij alweer richting bed. Dus dat heeft mijn gedachte om te stoppen versterkt.
Mijn onderneming, Isenia Baseball Clinics, is ook steeds belangrijker geworden in mijn leven en ik merkte dat ik daar meer tijd in moest en wilde steken. Ik ben daarin natuurlijk nog steeds bezig met mijn grootste passie honkbal. Zo geef ik honkbalclinics (samen met internationals en hoofdklassespelers) aan verenigingen, bedrijven en aan scholen, ook als sporttrajecten van gemeenten. Dit is fantastisch om te doen, het brengt brood op de plank en tegelijkertijd kan ik ook een bijdrage leveren aan de populariteit van het honkbal. Vooral op scholen merk je dat er zoveel kinderen de sport geweldig vinden en er loopt ook nog zoveel onontdekt talent rond.
Om honkbal een nog grotere sport te maken wil je eigenlijk dat iedereen eraan mee kan doen. Sinds twee seizoenen ben ik daarom met mijn vriendin bezig om dameshonkbal in Nederland op de kaart te zetten. En wat blijkt? De IBAF wil dat nu doen voor de hele wereld. Alles natuurlijk met het oog op een terugkeer van honkbal op de Olympische Spelen van 2016.
Er is dus een wezenlijke kans dat dameshonkbal een Olympische sport wordt en Nederland mag dan natuurlijk niet ontbreken! In 2010 zal er weer een wereldkampioenschap dameshonkbal worden gehouden en we zijn samen met de KNBSB en IBAF volop bezig om voor het eerst ooit een Nederlands dameshonkbalteam daar naar toe af te vaardigen! Binnenkort worden hiervoor try-outs gehouden. Vragen en informatie via kun je trouwens krijgen via dameshonkbal.hyves.nl en dameshonkbal@hotmail.com.
Dus na elf jaar Nederlands team heb ik er een punt achter gezet, met als hoogtepunten de twee Olympische spelen (Sydney 2000 en Beijing 2008) en daar ben ik supertrots op! In ieder geval heb ik alle toernooien meegemaakt, die er mee te maken zijn en heb zo’n beetje heel de wereld gezien. Toch is het World Port Tournament voor mij altijd een heel speciaal toernooi geweest. Mijn eerste grote toernooi was het WPT van 1999.
Wat was dat spannend zeg, al die aandacht van iedereen als je uit de bus stapt en naar het veld loopt, interviews in het hotel en na de wedstrijden, en niet te vergeten de honderden handtekeningen voor de kids, (en volwassenen) die naar je kijken alsof je rechtstreeks uit de hemel komt neerdalen.
Dat is allemaal helemaal fantastisch, maar de twee dingen die ik het meest zal missen, zijn de spanning voor de wedstrijden en de intense concentratie tijdens de slagbeurten. De spanning begint al als je je gaat aankleden in je hotelkamer voor de wedstrijd. Je trekt je uniform van het Nederlands team aan en de eerste kriebels komen meteen in je buik. Je gedachten zitten vol met bijgeloof, bijvoorbeeld zal ik weer datzelfde shirt aantrekken? Doe ik dat nu hier of op het veld? Het ging gisteren zo lekker toen ik mijn I-Pod op had in de bus naar het veld, dus ga ik dat vandaag weer doen. Je zou zo een boek kunnen schrijven over alle bijgeloofrituelen die de spelers erop nahouden.
Wanneer je dan het veld op loopt, valt alle spanning van je af. Je voelt je op bekend terrein en weet wat je kan en maakt je klaar voor de wedstrijd. Afgelopen donderdag zag ik de jongens nog even voor ze het veld opgingen en herkende diezelfde spanning in hun gezichten.
Nederland – Cuba: ik zag sterke pitching, goede defense en er hing een heerlijke sfeer! Ik had niet verwacht het zo leuk te vinden om de wedstrijd vanaf de tribunes te zien!
Percy Isenia
|